Home » Bijen

Bijen

Een koningin bij in de tuin

Alle grote hommels die je vroeg in het voorjaar ziet, zijn koninginnen. Deze koningin heeft de winter doorgebracht in een oude muizenhol onder de heg. Wakker geworden door de lentezon zoekt ze nu een geschikte plek voor haar nest. Maar voordat ze daaraan begint, eet ze flink wat stuifmeel en nectar uit de voorjaarsbloemen. Dat heeft ze wel nodig na haar winterslaap. Je herkent de aardhommel koningin aan haar flinke lijf.

Bijen en hommels zijn insecten

Bijen en hommels zijn insecten. Insecten zijn ingedeeld in verschillende groepen of families. Bijen behoren tot dezelfde grote familie als de mieren en de wespen. Bij bijen en wespen heb je soorten die in een groep leven (sociale bijen) en soorten die alleen leven (solitaire bijen). 

In Nederland komen meer dan driehonderd bijensoorten voor. Zo zijn er zandbijen, graafbijen, metselbijen, hommels, houtbijen en honingbijen. Hommels maken deel uit van de bijenfamilie.

Bijen en Hommels hebben een dieet van nectar en stuifmeel

Hommels en bijen eten vooral nectar. Dat is een zoete vloeistof die ze uit bloemen halen. Als vrouwtjeshommels (en bijen) eieren leggen, eten ze ook stuifmeel. Stuifmeel is poeder dat in de meeldraden van een bloem wordt gevormd. In stuifmeel zitten eiwitten. Eiwitten zijn bouwstoffen om te groeien. Bijen en hommels voeden hun jongen, de larven, met stuifmeel. Dat vermengen ze eerst met wat nectar.

Bijen hebben een harig lijf

Het lichaam van een bij bestaat uit drie delen: een kop, een borststuk en een achterlijf. Dat is bij alle insecten zo. Aan het borststuk zitten zes poten. Hommels en bijen hebben ook vier vleugels. Je kunt bijen en hommels herkennen aan de vele haren op hun lijf. Die haren beschermen niet alleen tegen de kou. Ze zijn vooral belangrijk bij het verzamelen van stuifmeel. 

Als een bij of hommel nectar drinkt, komt ze met haar lijf in aanraking met het stuifmeel van de bloem. Geelbepoederd vliegt ze dan naar de volgende plant. Ontelbare stuifmeelkorreltjes zijn tussen haar haren blijven hangen. Honingbijen en hommels ‘kammen’ met een soort kammetjes aan de poten het stuifmeel bij elkaar. Het blijft als een soort broekje aan de achterpoten vastzitten.

Vrouwelijke bijen en hommels hebben angels

De vrouwtjes van bijen en hommels hebben angels. Dat zijn speciale steekorganen aan hun achterlijf. Een angel is verbonden met een gifkliertje. Bijen steken alleen om zich te verdedigen. 

De angel van een honingbij heeft weerhaakjes. Daarom blijft deze, als je gestoken bent, met het gifkliertje in je huid steken. Je kunt dan het beste de angel met je nagel uit je huid ‘krassen’. Een honingbij die gestoken heeft, gaat dood. Hommels kunnen, net als wespen, meerdere keren steken. Hun angels hebben geen weerhaakjes.

De kop van een bij

Aan de kop van een bij vallen de grote bolle facetogen het meest op. Deze bestaan uit honderden zeshoekige plaatjes: de facetten. Ieder facet is eigenlijk een apart oogje. Daarmee kan een bij kleuren en vormen zien. 

Bijen proeven met hun tong, een soort kwastje. Daarmee likken ze de nectar uit de bloemen. Bijen vliegen het liefst naar bloemen die nectar hebben waar veel suiker in zit. Met de voelsprieten kunnen insecten ruiken en voelen. Ze voelen ook met tastharen op de kop en met de poten. Door onderzoek bij honingbijen weten we dat ieder bijenvolk een eigen geur heeft. Zo kunnen vreemde bijen door andere bijen worden herkend en verjaagd.

Bijen larven

Insecten leggen eitjes. De larven die eruit komen, zien er meestal anders uit dan de volwassen dieren. Ze leven vaak in een andere omgeving en eten ander voedsel. Bijenlarven lijken op witte rupsjes. Larven van honingbijen krijgen eerst koninginnenpap en later stuifmeel met wat nectar te eten. Koninginnenpap is speciaal voedsel dat de werksters zelf maken.

Larven groeien snel en moeten daarom verschillende keren vervellen. Ze barsten letterlijk uit hun vel. Onder het oude vel zit weer een nieuwe huid. Bij de meeste insecten, ook bij bijen en hommels, wordt de larve na verloop van tijd een pop. Uit de pop komt dan het volwassen insect.

Insecten veranderen tijdens hun leven dus enkele keren van uiterlijk. Die gedaanteverwisseling of metamorfose is een belangrijk kenmerk van insecten.

Sociale bijen

Honingbijen zijn sociale bijen. Ze leven in een groep, een volk, bij elkaar. Hommels zijn ook sociale bijen. Honingbijen horen eigenlijk niet in ons land thuis. Ze stammen waarschijnlijk af van een bijensoort uit Azie. 

Honingbijen leven in korven en kasten. Ze worden verzorgd door bijenhouders of imkers. Dat zijn mensen die bijen houden voor de honing. In ons klimaat komt een zwerm honingbijen die de vrije natuur inntrekt, meestal van honger en kou om. Je zou honingbijen ‘tamme’ bijen kunnen noemen. Het zijn gewoon een soort huisdieren. 

Het bijen volk

Een volk bestaat uit een koningin, duizenden werksters (vrouwtjesbijen of werkbijen) en honderden darren (mannetjesbijen) Ieder dier heeft een eigen taak. De bijen in een volk zijn van elkaar afhankelijk. 

In het voorjaar begint de koningin eitjes te leggen. In iedere cel een. Cellen zijn de zeskantige hokjes waaruit een raat is opgebouwd. Werksters bouwen de raten. Het zijn platte bouwsels van was. Die was komt uit de klieren op hun buik. Na drie tot vier dagen komt uit ieder eitje een larve. Vijf dagen lang brengen de werksters voedsel naar de larven. Dan wordt de cel afgesloten met wat was en verpopt de larve zich. Acht of negen dagen later kruipen de nieuwe bijen, allemaal werksters, uit de cellen.

De koningin gaat onvermoeidbaar door. Iedere dag komen er duizenden bijen bij. Werksters leven maar vijf of zes weken. In die tijd doen ze verschillende soorten werk. Ze beginnen met larven voeren, daarna cellen schoonmaken, raten bouwen en de wacht houden en tot slot nectar en stuifmeel halen. 

In de zomer kan een volk uitgroeien tot wel 60.000 bijen! Op een gegeven moment wordt de kast met raten te klein. Er worden ook mannetjesbijen, de darren, geboren. En in drie of vier speciale grote koninginnencellen kweken de werksters nieuwe koninginnen.

Bijen nemen winterrust

In de nazomer legt de koningin steeds minder eitjes. De bijen hebben al een flinke wintervoorraad honing en vullen nog zoveel mogelijk cellen. De imker haalt een deel van die honing weg. Hij geeft er suikerwater voor in de plaats. 

De werksters die in de herfst geboren worden, vliegen nauwelijks uit. Ze blijven ongeveer zes maanden leven. ’s Winters wordt er niet gewerkt. Er zijn geen eitjes en larven. Maar de bijen slapen niet. Ze zijn in winterrust. Dicht op elkaar gekropen houden ze zich op temperatuur. 

Ze leven van hun voedselvoorraad: honing en ingedikt suikerwater. In periodes met slecht weer kunnen ze hun ontlasting lang ophouden. Af en toe, op zonnige winterdagen, vliegen ze even uit om hun poep kwijt te raken.

De koningin van een zwerm bijen

Normaal is er maar een koningin in een volk. Vlak voor er een nieuwe koningin uitkomt, verlaat de oude koningin met de helft van het volk de kast. Zo’n groep bijen die de kast verlaat, heet een zwerm. De imker let in de ‘zwermtijd’ extra goed op. Meestal vliegt een zwerm bijen niet zo ver weg. Vaak hangen de bijen in een dichte kluit nog een aantal uren in een boom in de buurt van de kast. De imker vangt de zwerm en stopt deze in een lege kast. Daar begint het volk met een nieuwe nest. 

Een bijen bruiloft hoog in de lucht

Wanneer er in de oude kast een nieuwe koningin geboren is, zal de imker de andere koninginnencellen weghalen. Anders gaat het volk weer zwermen. Dan blijven er te weinig bijen over. 

De mooie, jonge koningin legt nog geen eitjes. Eerst moet ze worden bevrucht. Samen met honderden darren verlaat ze de kast. Hoog in de lucht paart ze met de sterkste darren, die het hoogst kunnen vliegen. Daarna keert ze terug naar haar kast. Omringd door werksters, die tot taak hebben haar te verzorgen, gaat de jonge koningin spoedig eieren leggen. De darren worden meestal aan het eind van de zomer weggejaagd.

Solitaire bijen

De meeste bijensoorten leven solitaire, dus niet in een groep. De vrouwtjes en mannetjes doen alles alleen. De vrouwtjes leggen eitjes in gaatjes, holletjes of zelfgemaakte nestjes. Ze zorgen ook zelf voor bescherming en voedsel voor hun larven. Solitaire bijen worden ook wel wilde bijen genoemd. 

Elke bijensoort heeft een vaste tijd in het jaar waarin ze vliegt. Dat heeft te maken met de plantensoorten die in een bepaalde tijd bloeien. Bijen zijn vaak gespecialiseerd in bepaalde bloemen. Dat betekent dat ze alleen daaruit stuifmeel en nectar halen. Meestal duurt zo’n vliegperiode, dus ook het leven van de bij, niet langer dan vier tot vijf weken.

Verschillende soorten bijen

De verschillende bijensoorten zijn vaak genoemd naar de manier waarop ze hun nesten maken. De zandhoopjes waarin zandbijen hun nesten hebben, zijn net kleine vulkaantjes. Je ziet ze vaak tussen de stoeptegels. 

Metselbijen gebruiken oude kevergangetjes, bamboetakjes of slakkenhuisjes. Ze ‘metselen’ die dicht met vochtig and of leem. Wolbijen verzamelen afgeschraapte wollige haren van planten. Ze brengen die in bolletjes naar hun nest om er eitjes in te leggen. Kloksbijen heten zo omdat ze hun stuifmeel uit klokjes, dat zijn bloemen, halen.

De voortplanting van bijen

Bij solitaire bijen leven de mannetjes korter dan de vrouwtjes. De mannetjesbijen komen het eerst tevoorschijn en zoeken alle mogelijke plaatsen af naar vrouwtjes. Na de paring gaan ze al gauw dood. 

De vrouwtjesbij zoekt een nestplaats of ze maakt er zelf een. Dat is vaak een gaatje in hout, steen of een door haarzelf gegraven gangetje in de grond. Dan gaat ze stuifmeel halen. Dat draagt ze naar haar nestholte en ze kneedt er een bolletje van. Haar eitje legt ze boven op dat bolletje. 

Ten slotte sluit ze het gangetje af en gaat een volgende nestplaats zoeken. Zo maakt ze een aantal ‘cellen’ met stuifmeel en een eitje. De larve die uit het eitje komt, eet zich rond aan het stuifmeel en spint zich daarna in. Meestal komt pas het jaar erna een nieuww bij uit de pop. Wanneer de planten waar de bij van leeft, weer bloeien.

Bijtjes en bloemetjes

Bloemen en bijen horen bij elkaar. Bloemen trekken bijen aan met hun kleuren en geuren. Bijen halen bij bloemen nectar en stuifmeel. En ondertussen zorgen ze voor de bestuiving. Ze brengen het stuifmeel van de ene bloem naar de stamper van de andere. De bloem wordt bevrucht. En er groeit een vrucht (dus ook het zaad) aan de plant. 

De meeste bijensoorten verzamelen het liefst hun stuifmeel op bepaalde bloemen. Soltaire bijen vliegen eigenlijk alleen bij zonnig en warm weer. Zowel vrouwtjes als mannetjes zoeken dan nectar bij dezelfde planten. Het is dus logisch dat ze elkaar daar vinden om te paren.

Bijen zijn goedkope arbeiders

In het voorjaar zijn de imkers van harte welkom bij fruittelers. Die willen graag een aantal bijenkasten in hum boomgaarden. De bijen zorgen immers voor een goede bevruchting van de appel, peren of kersenbloesems. 

Hommels zijn ook heel belangrijk voor de bestuiving (bevruchting van allerlei planten. Ze zijn groter en hebben langere tongen dan bijen. Bij sommige bloemen zie je alleen hommels, geen honingbijen. Omdat deze bloemen lange bloem buizen hebben, zit de nectar diep. 

De laatste jaren worden hommels, vooral aardhommels, op grote schaal gekweekt. Om ze in te zetten voor de bestuiving van de bloemen in de tuinbouw en zaadteelt. Vroeger werden bloemen met lange bloem buizen een voor een met een kwastje bestoven. Hommels kunnen dat veel beter en goedkoper. 

Ook in tomatenkassen worden hommel nesten geplaatst. De hommels bevruchten de tomatenbloempjes. Door de hommels moeten de tomatenkwekers bovendien milieuvriendelijker telen. Ze kunnen nu niet meer zoveel giftige bestrijdingsmiddelen gebruiken. Want hommels kunnen daar niet tegen. Plagen, zoals de witte vlieg, worden nu op een natuurvriendelijke manier aangepakt.

Hoe bescheuren bijen zich en wie heeft de bij als vijand?

Voor allerlei insectenetende vogels en zoogdieren vormen hommels en bijen een lekker maaltje. Vooral als ze een beetje verkleumd zijn van de kou, worden ze gemakkelijk gepakt door koolmezen. Boomvalken plukken hommels zo uit de lucht. 

Muizen verwoesten hele nesten. Ze eten de larven, de voedselvoorraden en de was. Ook dassen zijn dol op hommel nesten. Maar bijen en hommels hebben misschien wel het meest last van parasieten. Parasieten zijn kleine dieren die leven op andere dieren en schade toebrengen aan die dieren. 

Een voorbeeld is de blaas kopvlieg. Deze bespringt een hommel in de vlucht en legt een eitje in haar lichaam. De larve die daar uitkomt, eet de hommel langzaam van binnen op. Ook de mens is een vijand van bijen en hommels. Doordat wij steeds meer ruimte nodig hebben, zijn er veel planten en geschikte nestplaatsen verdwenen. En door het spuiten met gif gaan vele bijen en hommels dood.

Bescherming

Op Texel ligt het enige insectenreservaat van Nederland, de Zandkuil. Een reservaat is een gebied aar bedreigde planten of dieren beschermd worden. De zandkuil is een stukje zanderig natuurgebied waar ongeveer veertig soorten graafbijen en graafwespen voedsel kunnen vinden. Bovendien is er plek voor nesten. Natuurbeschermers willen graag overal in het land zulke reservaatjes aanleggen. Je kunt zelf bijen en hommels helpen door de planten in je tuin te zetten waarvan de bloemen veel nectar geven. Zoals dovenetel, bijenvoer en reuzenbalsemien. Ook is het leuk enkele nestgelegenheden voor hommels en bijen te maken. En dan goed kijken welke soorten er komen wonen!

Hommels

De hommel koningin legt haar eieren bijvoorbeeld in een oud muizenhol onder een takken hoop. Daar knutselt ze een nestje in elkaar van wat droge grassprietjes en blaadjes die toevallig in de buurt vindt. Dan maakt ze een soort bekertje van was dat ze vult met nectar. Voor als ze een poosje geen voedsel kan hale. Tot slot verzamelt ze stuifmeel en maakt daar een klomp van. Daarop legt ze haar eerste eieren (vijf tot vijftien stuks).

Als een broedende kip gaat de koningin boven op haar eieren zitten. Ze houdt ze lekker warm (30 tot 32 graden Celsius), hoe koud het buiten ook is. Tijdens het broeden neemt ze af en toe wat nectar uit haar voorraadpot. 

Na viet tot zes dagen komen de eieren uit. De larven zitten al meteen op hun eten. Die stuifmeel voorraad vult de koningin voortdurend aan. Tien tot twintig dagen later veranderen de larven in popen. Na twee weken komen daar de eerste hommel werksters uit. Ze nemen het werk van de koningin over. Zij halen nu het stuifmeel en de nectar en verzorgen de larven. Een werkster bezoekt daarvoor wel twintig tot dertig bloemen per minuut. 

De koningin verzorgt alleen nog het nest en legt eitjes. Een hommel volk wordt niet zo groot als een bijenvolk. Het aantal verschilt per soort. Aardhommels en akkerhommels hebben nesten van maximaal 600 dieren. Bij de zeldzame boshommel zitten er maar enkele tientallen hommels in een nest.

Een nieuwe generatie hommels

Aan het eind van het hommel seizoen komen er geen werksters meer bij. In die tijd worden er mannetjes en jonge koninginnen geboren. Deze jonge hommels die weer nieuwe volken gaan maken, noem je de nieuwe generatie. 

De mannetjes eten zich eerst vol met stuifmeel uit het nest. Dan verlaten ze dat nest, maar blijven wel in de buurt. Op verschillende plaatsen zetten ze geurstoffen af om jonge koninginnen te lokken. Voortdurend vliegen ze rond om te controleren of er al eentje is gelokt. 

Als een mannetje een koningin ontdekt grijpt hij haar stevig vast om te paren. De bevruchte koningin eet zich daarna rond en vet. Dan zoekt ze een plekje voor haar winterslaap. Alleen de jonge hommel koninginnen overleven zo, heel diep slapend, de winter. De oude koningin, de werksters en de mannetjes gaan dood. 

Bijna elk weer is perfect voor de hommel

De meeste insecten hebben dezelfde lichaamstemperatuur als de buitenlucht. Bij koel weer zie je dan ook weinig insecten. Ze zijn te koud om te kunnen bewegen. Hommels echter vliegen bijna altijd (behalve als het lang achter elkaar regent of heet is.) Ze hebben steeds een lichaamstemperatuur van 34 graden Celsius. De dichte beharing helpt die warmte vast te houden. Om op temperatuur te blijven, hebben hommels veel energie nodig. Die halen ze uit de nectar van bloemen.

Koekoekshommels

Koekoekshommels zijn eigenlijk geen echte hommels. Ze kunnen geen stuifmeel verzamelen en ze hebben geen koninginnen. Alleen mannetjes en vrouwtjes. Ze lijken wel veel op echte hommels. Hun eieren leggen ze in de nesten van echte hommels. 

Een koekoekshommel vrouwtje dat voorzichtig een hommel nest binnendringt, neemt langzaam de nestgeur over. Als het vechten wordt, wint de koekoekshommel meestal. Ze heeft een dikkere huid waardoor ze geen last heeft van de steken. In het nest eet ze flink van de voedselvoorraad. Meestal steekt ze de hommel koningin dood en gaat zelf eieren leggen. Ze brengt zelf de larven groot.